- tekort
- {{tekort}}{{/term}}1 [deficit] déficit 〈m.〉2 [hoeveelheid die aan een voorraad ontbreekt; tekortkoming] manque 〈m.〉(de)♦voorbeelden:1 een tekort dekken • combler un déficithet tekort op de begroting • le déficit du budgeteen tekort op de betalingsbalans • un déficit dans la balance des paiements2 een tekort aan kennis hebben • avoir des connaissances insuffisanteshet tekort aan werkgelegenheid • le sous-emploiin een tekort voorzien • combler une lacune
Deens-Russisch woordenboek. 2015.